‘Commissarissen moeten een team vormen’

Mijntje Luckerath-Rovers
Mijntje Lückerath is hoogleraar corporate governance in Tilburg en bekleedt diverse. De allesbehalve studeerkamergeleerde geeft tips aan beginnende commissarissen. Hieronder het interview met haar door Erik Jan Bolsius.

‘Mijn eerste commissariaat was bij ASN Beleggingsinstellingen, op mijn 38ste. Ik was zeker jong, maar deed het om naast mijn wetenschappelijke werk in contact te blijven met het bedrijfsleven. Een commissaris moet stevig in haar schoenen staan, maar dat heeft niet per se met leeftijd te maken. Als het goed is, heb je de juiste expertise, daar kun je op vertrouwen.

Maak een hele bewuste keuze, voordat je ergens in stapt
Een tip voor als je net begint als commissaris: leer eerst het bedrijf goed kennen. Dat lijkt logisch, maar besef dat je maar één keer de kans hebt om echt alles te vragen, dus maak serieus werk van je introductieperiode. In die fase kan je alles nog vragen, aan verschillende mensen in de organisatie. Maak zelf een lijstje van iedereen die je wilt spreken. Natuurlijk kun je daarna ook nog mensen in de organisatie spreken, maar dat is dan toch meer georganiseerd en gedoseerd dan in die eerste periode. Vervolgens moet je goed luisteren, kijken en vooral niet meteen het hoogste woord voeren. Maar je moet ook weer niet een half jaar je mond dichthouden. Overigens kun je ook te veel vragen stellen en daarmee de essentie missen. Kies je prioriteiten en stel sommige detailvragen niet in de vergadering. Ik zou iedere beginnende commissaris willen adviseren om een hele bewuste keuze te maken voordat ze erin stappen. Ga eerst praten met je collega’s en de bestuurders en onderzoek of je je er prettig bij voelt. Ik heb wel eens een commissariaat afgewezen omdat er geen klik was.’

Commissarissen moeten een team vormen
‘Je hebt vier taken als commissaris. Je bent adviseur, toezichthouder, werkgever en levert een netwerk. Ik vind de adviesrol het meest inspirerend, maar vanuit de maatschappij is er de meeste aandacht voor je taken als toezichthouder. Toezicht is door een aantal recente incidenten zwaar beladen, dus daar moet je een goede balans in vinden. Alleen maar toezicht is niet goed, dat is op het verleden gericht. Je moet ook naar buiten kijken. De belangrijkste reden om commissaris te worden, is dat je met je kennis en kunde helpt een bedrijf beter te besturen, het bedrijf te verbeteren. Het collectief van commissarissen moet daarvoor samen de relevante competenties leveren. Daar versta ik ook diversiteit onder. Dat gaat niet alleen over man-vrouw verhoudingen, maar ook over leeftijd en achtergrond, ervaring. Ik vind het geen belediging als een bedrijf met mijn aanstelling de diversiteit wil vergroten, maar als dat de enige reden is om me te vragen dan pas ik ervoor. Het is voor mij heel belangrijk dat de commissarissen een team vormen, soms eens samen eten en dat ook met de raad van bestuur te doen. Wat mij betreft is een jaarlijkse strategiesessie onmisbaar. Dan ben je even uit het formele toezicht en de volle vergaderagenda’s en heb je tijd voor andere observaties. Je doet een stapje achteruit en kijkt anders naar het bedrijf.’

Even op zondag stukken lezen, werkt niet

‘Een raad van commissarissen heeft misschien wel macht, maar ik praat liever over impact. Het is prettig om te merken dat je mening wordt gewaardeerd. Van de raad van commissarissen gaat ook een impliciete macht uit. De bestuurders moeten hun beleid in de vergadering tenslotte wel goed toelichten, en moeten zich voorafgaand aan die vergaderingen dus goed voorbereiden en hun keuzes onderbouwen. Een beetje gezonde spanning is daarbij goed en impliciet werkt de raad van commissarissen dan ook disciplinerend. Ik krijg veel energie van mijn commissariaten en kom bij vernieuwende bedrijven. Ik leer ervan. Ik ben wel heel bewust drie dagen hoogleraar, zodat ik het ook goed kan combineren. Even op zondagmiddag je stukken lezen, werkt niet. Je moet er echt aandacht aan besteden. Ook moet je flexibel zijn, dus te veel toezichtsfuncties gaan niet samen met een fulltime baan. Een van de leden van de raad kan dat best doen, maar je moet er wel kunnen staan in tijden van crisis.’